20 maart 2026
Wat blijft er over van dertig jaar vrouwenstrijd?
Morgen 9 maart, de dag na Internationale Vrouwendag, start symbolisch ook de 70ste zitting van de VN-Commissie Status voor de Vrouw (CSW70) in New York. Dit jaar buigt de CSW, een VN-orgaan dat zich inzet voor wereldwijde gendergelijkheid, zich opnieuw over strategieën en beleidsaanbevelingen om de rechten van vrouwen en meisjes in heel de wereld te verbeteren. Dit wordt een zeer cruciaal jaar. Respect voor de mensenrechten, het internationaal recht en genderrechtvaardigheid lijken verder weg dan ooit. Geraakt de bescherming van de rechten van vrouwen en meisjes nog meer in verval of herwint de vrouwenrechtenstrijd terug aan kracht? Het is een vraag die ons allen aangaat.
Internationale backlash
De CSW70 moet de toegang van alle vrouwen en meisjes tot het recht verbeteren, door onder meer faire en inclusieve rechtssystemen te stimuleren, discriminerende regelgeving af te schaffen en structurele belemmeringen aan te pakken. Die opdracht krijgt extra steun door de oproep van Internationale Vrouwendag: ‘Rechten, Rechtvaardigheid. Actie. Voor alle vrouwen en meisjes’. De focus ligt op het wegwerken van structurele barrières die genderrechtvaardigheid in de weg staan Een oproep die geen dag te vroeg komt.
Ondanks bindende verdragen zoals het VN-Vrouwenrechtenverdrag (1979) en de engagementen van de Vierde Wereldvrouwenconferentie (1995) en van Agenda 2030 (2015) heeft géén enkel land volledige gendergelijkheid gerealiseerd. De realiteit toont dat juridische en politieke toezeggingen vaak niet genoeg zijn om ongelijkheid structureel te doorbreken. Tegelijk is de weerstand tegen mensenrechten, gendergelijkheid en gelijke rechten voor vrouwen toegenomen, met als gevolg stagnatie en zelfs achteruitgang. De backlash is wereldwijd. Ook op het eigen grondgebied en in onze achtertuin zijn er allerlei krachten die de druk opvoeren.
Besparingsbeleid is niet genderneutraal
Cruciale rechten zoals het recht op arbeid, inkomen, wonen, seksuele en reproductieve gezondheid, sociale bescherming en veiligheid staan opnieuw onder druk. In naam van zogenaamde economische efficiëntie, “noodzakelijke” besparingen en individuele verantwoordelijkheid worden sociale en economische basisrechten terug van tafel geveegd. Beperkingen in sociale zekerheid, hogere pensioenleeftijden en het afbouwen van bescherming bij werkloosheid of ziekte hebben een disproportioneel effect op vrouwen. Vrouwen in precaire situaties en laagbetaalde sectoren, waar vrouwen met migratieachtergrond en kortgeschoolde vrouwen oververtegenwoordigd zijn, zullen dit als eerste voelen.
Streng migratiebeleid, zwakke bescherming
Ook in het vluchtelingen- en humanitair recht voltrekt zich een gevaarlijke evolutie. Het nieuwe Europese asiel- en migratiepact voert strenge grenscontroles in, voorziet versnelde procedures en omvat minimale opvangcriteria. Lidstaten krijgen bovendien de ruimte om die minimumnormen nog verder uit te hollen.
Voor vrouwen op de vlucht is dat bijzonder schadelijk. Hun bescherming tegen vervolging, foltering en gendergerelateerd geweld komt zo onder druk te staan. Versnelde procedures en uitbesteding van opvang aan derde landen creëren een systeem dat vooral gericht is op het weren en terugsturen van mensen. Daarbij is er vaak weinig aandacht voor mensenrechten, het non‑refoulementprincipe of de positie van vrouwen in die landen.
Het EU-pact verwijst wel naar genderbewuste screenings. Maar de vraag is of vrouwen in zulke snelle en restrictieve procedures voldoende tijd en veiligheid krijgen om traumatische ervaringen te delen. In de praktijk worden toegang tot bescherming, opvang, gezinshereniging en integratie tot een minimum herleid. Het valt ook sterk te betwijfelen of ambtenaren voldoende zijn opgeleid om gendergerelateerde vervolging te herkennen. Daardoor verliezen vrouwen zowel toegang tot het grondgebied als tot recht en genderrechtvaardigheid.
Respect voor mensenrechten en internationaal recht komt zo verder onder druk te staan. Maar zoals niets voor altijd verworven is, is niets ook voor altijd verloren. De formele verwijzing naar die normen blijft wel een belangrijke basis om het beleid te toetsen en bij te sturen.
Bescherming is geen keuze, maar een verplichting
De bescherming van vrouwen op de vlucht steunt op meer dan het klassieke vluchtelingenrecht en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Ook CEDAW, het Kinderrechtenverdrag en het Verdrag van Istanboel verplichten staten om vrouwen in al hun diversiteit te beschermen tegen geweld en discriminatie.
Daarnaast leggen instellingen zoals het Ministerieel Comité van de Raad van Europa en de VN‑Commissie voor de Status van de Vrouw duidelijke normen op. Staten moeten alle vormen van discriminatie aanpakken en zorgen dat vrouwen die vluchten, asiel zoeken of migreren toegang hebben tot echte rechtsbescherming. Dat kan alleen wanneer overheden samenwerken met vrouwenrechtenorganisaties, hun expertise ernstig nemen en hun aanbevelingen laten doorwegen in het beleid.
Maak terug een prioriteit van de strijd voor vrouwenrechten
Het wordt dus uitkijken naar de besluiten en aanbevelingen van de VN-Commissie Status van de Vrouw en het politiek engagement van regeringen wereldwijd om verdere verbeteringen aan te brengen in hun wetgeving en beleid opdat alle vrouwen en meisjes, zonder uitzondering, toegang zouden hebben tot het recht en tot genderrechtvaardigheid, zonder enige vorm van discriminatie.
Brussel, 8 maart 2026
Coalitie gendergelijkheid/coalition égalité de genre

Opinietekst van de coalitie Gendergelijkheid naar aanleiding van de CSW70
Nieuwsbrief
Blijf je graag op de hoogte van het werk van de coalitie? Schrijf je in op de nieuwsbrief van de Vrouwenraad.
Schrijf je hier in